Deze website maakt gebruik van cookies. Als u verder surft op deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van de cookies. verdere informatie
Zeige Seite in deutsch Show site in english Toon plaats in het Nederlands

Nieuws

stadt | land | wald
Tourist-Information
Kraeuterwind

Het eerste begin

Tussen de Sieg, de Lahn, de Dill en de Rijn ligt het Westerwald. “Das ist die Heimat mein”, heet het in een bekend lied, dat in het Westerwald graag gezongen wordt.
Dit hele noordoostelijke deel van het Rijnlandse Schiefergebergte heeft deze naam pas op het einde van de 19e eeuw gekregen en vindt in de vakwereld ook nu nog critici. Oorspronkelijk gold het begrip “Westerwald” namelijk alleen voor het zogenaamde Hoge Westerwald, die de drie parochies Marienberg, Emmerichenhain en Neukirch bevatte. Zo komt de naam voor het eerst voor in 1048 in een beschrijving van de grens van Haiger-Sprengel, die al in 914 bestond. Zeker kan worden aangenomen dat het begrip “Westerwald” in de zin van “Woud in het Westen” (van Haiger) gebruikt werd. Of in dat jaar 1048 het gebied rond Bad Marienberg al constant bewoond werd, is nauwelijks te achterhalen. Er hielden zich hier echter in de prehistorische tijd mensen op, wat wordt aangetoond door enkele bodemvondsten, die gedateerd kunnen worden uit het stenen tijdperk, de Hallstatt- en La-Tènetijd (plm. 4000 voor Christus).
De zogenaamde Grote Wolfstein bij Bad Marienberg, in 1048 gedocumenteerd als Drutgerestein, zou in de tijd voor Christus als Keltische of Germaanse cultplaats gediend kunnen hebben, en daardoor een aanwijzing voor bewoning van het gebied vormen.
Vermeldenswaard is ook een sage waarin de Romeinse veldheer Drusus (30 voor Chr. tot 9 na Chr.) op het nu nog zo genoemde Waffenfeld bij Höhn met hulp van de Germaanse Chatten de eveneens Germaanse Sigambrer overwon, waarna de Sigambrer hun heil in de oude versterkingen op de Stöffel bij Nistertal en de Höhrhahn ten noorden van het huidige Bad Marienberg zochten.

Het is denkbaar dat de Kirchberg in Bad Marienberg evenals de Wolfstein in voorchristelijke tijden als cultplaatsen hebben gediend. Aangezien de eerste Christenen dergelijke cultplaatsen graag voor hun eigen doel gebruikten is de aanname, dat zich hier een al eeuwenoude Christelijke ontmoetingsplek bevond, niet van de hand te wijzen. Deze aanname wordt nog versterkt omdat op de oostelijke helling van de Kirchberg en bron ontspringt, die men een geneeskrachtige werking toeschreef. Dat zou zelfs aanleiding hebben gegeven tot bedevaarten, zoals onder andere de bekende dialectdichter Rudolf Dietz uit Nassau in een van zijn gedichten wist te zeggen.

{B|500|anfang.jpg|Oorkonde uit 1258 (eerste vermelding als Berg van de heilige Maria)

Oorkonde uit 1258 (eerste vermelding als Berg van de heilige Maria))

Fenster schließen